Overheid liet zich bij bouw datacentra beetnemen door lobby

Nieuws

11-11-2021 Telegraaf

De explosieve groei van het aantal datacentra in ons land is de afgelopen jaren volop gestimuleerd door een actieve internationale lobby van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). Dat blijkt uit interne documenten. Nu de energieslurpende centra er eenmaal zijn en andere bedrijven van het stroomnet dreigen te verstoten, krabben overheden zich achter de oren. „De landelijke regie moet terug”, klinkt het vanuit de Tweede Kamer, waar partijen een rem willen op de ontwikkelingen.

Uit documenten die De Telegraaf na een WOB-verzoek in handen kreeg, komt naar voren dat beleidsmakers zich de afgelopen jaren dikwijls baseerden op informatie van techbedrijven zelf, die door eigen ambtenaren in twijfel wordt getrokken. Ministeriemedewerkers waarschuwen intern bijvoorbeeld dat het ontbreekt aan een goed doorwrochte strategie, waardoor onder andere problemen op het energienetwerk voorkomen kunnen worden.

Strategie

Uit die vele pagina’s blijkt ook dat EZK al jaren actief internationaal beleid voert om grote multinationals als Facebook en Google naar onze polders te halen. Nog in 2019 stippelt EZK samen met Binnenlandse Zaken een ’Routekaart in 10 stappen tot 2030’ uit voor de datacentra. Die strategie stelt onder meer: ’Bestaande hyperscale locaties Middenmeer en Eemshaven dienen verder gefaciliteerd te worden in hun uitbreiding en opgenomen in data- energie- en warmtenetwerken.’ Dat datacentra in heel het land energie slurpen en dit problemen geeft op het stroomnet, wordt opgemerkt als ’kritische succesfactor’, staat in stukken. Hoe en door wie dat moet worden opgelost, blijft onvermeld.

Uit documenten blijkt nu ook dat overheden hun ’datacentrahonger’ deels baseerden op documenten die van bedrijven zelf afkomstig zijn of door een lobbyorganisatie zijn geschreven. Een van de rooskleurige cijfers die bijvoorbeeld rondzingen, is dat een ’kwart van het Nederlandse Bruto Nationaal Product afhankelijk is van datacenters’.

Dit optimistische vooruitzicht duikt ook op in stukken van het ministerie van Binnenlandse Zaken (verantwoordelijk voor ruimtelijke ordening), maar is afkomstig van een lobbygroep. Dat wordt EZK te gortig. „Het klopt dat de sector belangrijk is, maar dit moet niet worden overdreven”, schreven ambtenaren in een adviesnota.

Hoge ambtenaren

Pas in 2020, na jarenlange actieve acquisitie door een speciaal team, concluderen hoge ambtenaren in een overleg dat het ministerie „onvoldoende onafhankelijke en actuele gegevens” heeft om te bepalen „wat datacenters betekenen voor het toekomstig economisch innovatie- en verdienvermogen.”

Als EZK uiteindelijk een eigen studie laat uitvoeren, blijkt dat de komst van meer datacentra voor eigen land nauwelijks voordelen met zich meebrengt, staat in de stukken. In juni 2021 concludeert consultancybedrijf BCI dat slechts 25 tot 35 procent van de bestaande datacentercapaciteit voor in Nederland gevestigde bedrijven en organisaties wordt gebruikt. De rest gaat naar het buitenland. De onderzoekers constateren dat er in Nederland een dusdanige overcapaciteit is, dat er ’nauwelijks voordelen’ zitten aan een ’buitenproportioneel groot datacentercluster binnen Nederland’. „Binnen het Nederlandse bedrijfsleven is het aandeel bedrijven dat daadwerkelijk voordeel heeft van vestiging nabij datacenters, zeer beperkt.”

Voorkeurspositie

Op energiegebied dreigen de datacentra zich de komende jaren bovendien als ’koekoeksjong’ in Nederland te gaan gedragen. Vooral in Noord-Holland, Zuid-Holland en de noordelijke provincies begint het elektriciteitsnetwerk vol te raken. Steeds vaker gaan bedrijven en organisaties op de wachtlijst voor nieuwe elektriciteitsaansluitingen omdat het net geen ruimte meer heeft. Daarom eist de datacentersector bij het ministerie bij investeringen in het Nederlandse elektriciteitsnetwerk „een voorkeurspositie” op ten opzichte van andere bedrijven – iets wat door ambtenaren uiteindelijk zal worden ontraden.

"Nu al verbruiken de serverhallen meer stroom dan de gehele Nederlandse Spoorwegen"

Het exacte energieverbruik zelf houdt de sector geheim, maar uit de informatie is af te leiden dat het bij de datacentra – en dan vooral de zogeheten ’hyperscale’ datacenters – om enorme hoeveelheden gaat. Nu al verbruiken de serverhallen meer stroom dan de gehele Nederlandse Spoorwegen en komende jaren zit er nog exponentiële groei aan te komen. Zo zal een datahal die mogelijk verrijst in Zeewolde naar schatting dezelfde hoeveelheid stroom als de stad Amsterdam verbruiken, blijkt uit doorrekeningen. Desalniettemin staan de seinen bij bestuurders nog op groen om meer hallen te faciliteren.

Of dat verstandig is, valt te bezien. In januari 2020 ontving de minister van EZK een tussenrapport van een van de ’Taskforces’ die zich buigen over de energietransitie. Als het gaat om het elektriciteitsnetwerk, concludeert het rapport, is de regie volkomen zoek.

„Organisatie en marktordening van nieuwe infrastructuren ontbreken. Niemand heeft doorzettingsmacht. Er is geen marktmeester of regisseur die een leidende rol neemt, er is geen verbindende instantie door alle overheidslagen, industrieën, clusters en sectoren heen, er zijn geen regels voor de marktordening die de ontwikkeling en integratie van netwerken bevordert, en er zijn geen afspraken over de afdekking van risico’s.”

"Het ministerie heeft de regie totaal uit handen gegeven"

Een maand eerder, in maart 2020, is men ook op het ministerie van EZK tot de conclusie gekomen dat vanwege ruimtegebrek op land en op het netwerk het ’een vrijwel onmogelijke taak’ is geworden om de stroom- en waterslurpers te bergen. Besloten wordt zelfs om voor de regio rond Amsterdam niet meer ’proactief te acquireren’.

Na jarenlange inzet om techbedrijven te verleiden komen de beleidsmakers tot de conclusie dat de komst van datacentra vooral ’maatwerk moet worden dat in overleg met gemeenten en provincies plaatsvindt’. Dit landelijk regelen willen de ambtenaren niet. „Ons inziens rechtvaardigt het belang van de sector niet het verlaten van het uitgangspunt dat deze keuzes in principe decentraal dienen te worden gemaakt.”

Volgens het ministerie van EZK is een eigen landelijke strategie niet nodig, laat staan een afbouwplan. „Beslissingsbevoegdheid ten aanzien van het vestigen van datacentra ligt regionaal en er is onvoldoende informatie over een mogelijk probleem beschikbaar om landelijke sturing daarop te zetten.”

Meer datacentra

Vooralsnog gaan bestaande plannen voor de bouw voor nieuwe datacentra in diverse gemeentes daarom door. In Zeewolde moet de gemeenteraad een besluit nemen of zij de grootste datahal van Nederland wil vergunnen, in de gemeente Hollands Kroon is door het bevoegd gezag (de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied) in opdracht van de provincie een ’gedoogbeslissing’ afgegeven aan Microsoft. Het techbedrijf mag – nog voor de definitieve bouwvergunning is verleend – ’op eigen risico’ beginnen met voorbereidende werkzaamheden. Eerder waren die nog stilgelegd.

In de Tweede Kamer klinkt al langer kritiek op de groei van datacentra door het land. Onder meer BBB, JA21 en de SP stelden kritische vragen. PvdA-Kamerlid Gijs van Dijk kondigde vorige week al een motie aan waarin hij pleit voor landelijke regels om verdere groei in te perken. „Naast dat die dingen er vaak niet uitzien en de werkgelegenheid enorm tegenvalt, kun je je afvragen wat het publieke belang van nieuwe datacentra is. Het ministerie heeft de regie totaal uit handen gegeven. Die moet echt terug.”

In antwoord op vragen van Kamerleden herhaalde minister Blok (EZK) geen aanleiding te zien om de teugels aan te trekken. Hij zegt dat datacentra ’werkgelegenheid bieden’ en daarom door gemeenten worden verwelkomd. Hij noemt de ’kanttekeningen die geplaatst worden’ wel terecht, maar vindt dat provincies en gemeenten moeten bepalen waar bedrijven gevestigd worden – ondanks een jarenlang ’binnenhaalbeleid’ van zijn eigen ministerie. De kaders waarbinnen datacentra mogen verrijzen worden nog wel ’samen met de provincies en gemeenten verder uitgewerkt.’

Deel dit bericht

tinyurl: link